'Het lokaaltje'

Het oude schoolgebouw, dat in de rekeningen van de 19e eeuw genoemd wordt, staat nog gedeeltelijk ten oosten van de kerk. In de jaren rond 1969 is het noordelijk gedeelte tot moderne woning voor de koster verbouwd. De dorpsschool wordt door de kerkvoogdijk in 1863 vergroot. In 1903 wordt een schoolhuis van de gemeente Westdongeradeel overgenomen en betaald met f. 300,00 als afkoopsom. De openbare school was in 1882 reeds opgeheven (wumkes II, 467).

Het 'lokaaltje' zoals het gebouwtje nog steeds wordt genoemd, werd nog steeds gebruikt als consistoriekamer door de plaatselijke kerkelijke gemeente. Onder de dienst deed het lokaaltje dienst als opvangruimte voor de kindernevendienst. In het kader van een dorpsvernieuwingsproject dat is uitgevoerd eind 2003, begin 2004 is het lokaalje opgeknapt en ingericht als informatiecentrum over F. HaverSchmidt (Piet Paaltjens).

In het voorjaar van 2007 is de kosteres, mevrouw H. Zuidema ontslagen en werd de kosterswoning, inclusief het ´lokaaltje´ verkocht aan de familie Zuidema. Hiermee is ook het informatiecentrum over F. HaverSchmidt komen te vervallen. Nu de eerste verbouwingswerkzaamheden zijn afgerond zijn de vintrinekasten en fotomateriaal in juli 2008 verplaatst naar de Mariakerk. Het eigendom van de Mariakerk is 15 mei 2007 officieel overgedragen aan Stichting Alde Fryske Tsjerken. Het beheer wordt uitgevoerd door de Plaatselijke Commissie.

Een verhaal van de Historische vereniging Noordoost Friesland over de sluiting Openbare School te Foudgum

 

Waar nu het Infocentrum Francois Haverschmidt, alias Piet Paaltjens, is ingericht (foto: rechts) was voorheen de school van Foudgum gevestigd. Het (later) verhoogde deel was de woning van de schoolmeester.

 

De opheffing van de school te Foudgum kwam op een bijzondere manier tot stand. Na 1870 wordt meerdere keren door de Raad van Westdongeradeel geconstateerd dat school en onderwijzerswoning dringend aan vernieuwing toe zijn. Dat gebeurt niet omdat andere scholen voorgaan en er toch maar weinig kinderen naar deze school gaan zodat: "… bij vacature dezer school, er ernstig bij ons aan gedacht wordt, voor te stellen die school op te heffen en wij het minder noodig (achten) die school thans te vernieuwen.”

Hoofd van de school was Jelle Bergsma, die echter in 1881 "…geschorst (wordt) in zijne betrekking voor den tijd van ééne maand, als beschuldigd van het plegen van handelingen strijdig met de eerbaarheid met een zijner vrouwelijke leerlingen, een meisje van 11 jaren…”

 

Sindsdien is Bergsma spoorloos en wordt de school tijdelijk gesloten. Dit is aanleiding om voor te stellen de school op te heffen:Wij gronden dat voorstel hoofdzakelijk hierop, dat die opheffing zou zijn in 't belang van het onderwijs, zoowel als van de gemeente. Van 't onderwijs omdat op eene grootere school beter klasse onderwijs kan worden gegeven dan op kleine scholen; en van de gemeente, wijl deze dan bevrijd is van de noodige vernieuwing van school en schoolhuis en van het voortdurend onderhoud daarvan.”

 

Er volgt een verhitte discussie in de Raad, waarbij ook wordt aangevoerd: "daar het allicht aanleiding kan geven tot het stichten eener bijzondere school.”

 

Een aantal raadsvergaderingen lang komt sluiting steeds weer ter tafel maar op 8 mei 1882 valt uiteindelijk het doek als met 7 tegen 5 stemmen besloten wordt tot opheffing van de openbare school te Foudgum.

 

Jelle Bergsma vluchtte naar Amerika maar in mei 1883 aanvaart hij de terugreis naar Nederland. Onderweg pleegt hij zelfmoord door overboord te springen, een afscheidsbriefje voor zijn vrouw achterlatend:

 

“Waarde Vrouw,

Ik ben op reis om tot U te komen en mij tegen mijne vijanden en lasteraars te verdedigen maar als ik te Amsterdam aan wal ben, heb ik geen cent geld meer, U vragen en bedelen wil ik niet. Ik blijf dus maar hier en neem afscheid van U en de wereld, latende de wraak aan de Albestierder.

Groetend, J. Bergsma".