Friesch Dagblad, maandag, 16 september 2002, Geloof & Kerk

Kostersechtpaar Dick en Hendrikje Zuidema uit Foudgum
In de stilte van de kerk is God

Foudgum - Dick (42) en Hendrikje Zuidema (38) wonen al twintig jaar aan het Piet Paaltjespaad in het Friese kleidorp Foudgum, pal achter de kleine hervormde kerk. Vanuit de woonkamer hebben ze het zicht op het kerkhof.

MATTIE VAN DER VEEN
Sommige mensen begrijpen niet dat ze daar willen wonen. Maar ze hebben er zelf geen problemen mee. ,,Lekker rêstich’’, lacht Dick Zuidema.
Al twintig jaar zijn ze koster in de kerk van Foudgum. Dick en Hendrikje herinneren zich de beginperiode van hun kosterschap nog heel goed. Ze waren jong, pas getrouwd, woonden in ruil voor het kosterschap in het kostershuis en moesten nog heel veel leren, zo begint Dick Zuidema zijn verhaal.
Dick zijn ouders waren koster in Hantum. Zij zagen in het kerkblad staan dat er een koster gezocht werd voor de kerk van Foudgum. Daar was al anderhalf jaar een vacature. Omdat ze naar woonruimte zochten en Foudgum dichtbij was, waagden ze de stap.
,,Ik wit noch dat wy tochten: ‘moatte wy hjir wêze?’’’ Ze besloten het eerst een paar jaar aan te zien en dan eens naar wat anders om te kijken. ,,Mar wy wenje hjir no noch. Wy binne te bot woartele. De bêrn binne hjir berne en ús libben hat hjir foarm krigen.’’

Nieuwsgierig

Dick Zuidema werd geboren in Canada. Op jonge leeftijd kwam hij met zijn ouders naar Fryslân. Zijn vader werd eerst monteur van dieselmotoren en later koster in Hantum.
Hendrikje groeide op in Aldtsjerk. Ze werd niet gelovig opgevoed. Pas toen ze verkering kreeg met Dick, kwam ze in aanraking met de kerk. Ze werd nieuwsgierig en wilde graag een keer mee naar een kerkdienst. ,,No leave’’, zei de moeder van Dick ,,dan giest do mei.’’
Dick moest lange tijd niets hebben van het ‘hele kerkgebeuren’. Tot hij verkering kreeg met Hendrikje. Haar vasthoudendheid en enthousiasme kregen Dick ook weer in de kerk, vertelt hij. Hendrikje werd gedoopt toen ze 21 was en deed toen ook belijdenis. Dick volgde twee jaar later.
Dick en Hendrikje trouwden in 1982. Hendrikje werd toen officieel kosteres, op achttienjarige leeftijd. Met haar leeftijd en haar tengere postuur, had ze nog niet zoveel in te brengen. ,,Ik seach sa by dy boerefroulju op’’, zegt ze. Ze vergelijkt zichzelf soms met François Haverschmidt, die als vrolijke student van 24 jaar naar Foudgum kwam om daar predikant te worden. ,,Hy moast ynbine. Ik hie presys itselde gefoel. Ik wie ek wol wat bang.’’ Ze was achttien en moest zich bewijzen. ,,It wie allegearre sa spannend.’’
Toch wisten ze zich, ondanks die moeilijke beginperiode, te handhaven. Door te doen wat ze van je verwachten én meer, zegt Dick. Maar ook hun geloof was tot steun. ,,Dat relativearret en set de dingen yn in oar perspektyf. Hoe langer atst hjir sitst hoe mear gebrûk atst fan dyn leauwen makkest’’, legt hij uit.
Het kosterswerk houdt veel meer in dan de meeste mensen vaak denken, zegt Dick. Gemiddeld besteden ze zo’n 5 à 6 uren per week aan het werk in en om de kerk, maar dat wordt wel eens meer.
Zomaar een paar kosterstaken: kerkgebouw schoonhouden, kerkhof onderhouden, onkruid wieden, haagknippen, zout strooien in de winter, sneeuw ruimen en dakgoten schoonmaken. Gelukkig helpen de kinderen van het kostersechtpaar ook regelmatig.
Een keer in de twee weken is er een dienst in de kerk van Foudgum. Meestal zijn er zo’n 60 gemeenteleden, zowel hervormd als gereformeerd want de gemeente in Foudgum is inmiddels een Samen-op-Weggemeente. Dick en Hendrikje zijn dan vaak al vroeg in de kerk. Een uur van tevoren moet de kachel in de kerk gecontroleerd worden en dan komt het glaasje water voor de dominee op de preekstoel. Om 9 uur gaan de deuren los en dan komen de mensen langzamerhand binnen. ,,Krekt foar de tsjinst jouwe we dûmny in hân en sjogge oft hy de toga wol kreas oan hat.’’

Kachel

Tijdens de dienst moet Dick het geluid regelen en de preek opnemen. Bij het uitgaan van de kerk is er vaak nog wel even tijd voor een praatje. Dick: ,,‘No koster, betanke foar de ûntfangst’ grapkje guon lju dan.’’ Anderen komen met op- en aanmerkingen. ,,Op 2 july frege my ris ien: ‘Hast de kachels net oan?’ Hawwe jo dat thús wol dan, frege ik? No nee, sei se doe. No dan hoecht it hjir yn tsjerke ek net, ha ik doe sein.’’
Het blijft allemaal redelijk hetzelfde in Foudgum, vinden Dick en Hendrikje. Natuurlijk komen er minder mensen in de kerk dan vroeger. Verder zijn de plaatsen van de oude garde, waar ze het in het begin van hun kosterschap zo moeilijk mee hadden, ingenomen door een jongere groep mensen, waar wat makkelijker mee om te gaan is, zeggen ze.
Het kosterschap heeft zowel Hendrikje als Dick aan het nadenken gezet over het geloof.
Je krijgt daar als koster hoe dan ook mee te maken, vertelt Dick. Ze praten met veel mensen en vaak komt het geloof dan ter sprake. Dick: ,,It wurk moasten wy leare, mar ek ‘bibeltechnysk’ hawwe wy hiel wat opstutsen.’’
Bij het schoonmaken van de kerk blijven ze altijd een beetje langer in de kerk. In die stilte is God, merkte Dick. ,,It is mar in hiel ienfâldich tsjerkje , mar júst yn dy ienfâld fynst rêst, dan fielst God hiel tichtby.’’
Hendrikje voelt zich nu als een vis in het water in de kerk. Als ze in het oude kerkgebouw aan het schoonmaken is, doet ze vaak de deur open voor belangstellenden. Haar belangstelling voor het leven en de boeken van Piet Paaltjes deelt ze nu ook met anderen. Inmiddels geeft ze vanaf de preekstoel ook lezingen over hem.
,,Dochs bleau ik altyd noch it ‘famke’. Krij noch wolris in aai oer de holle. Ik bin fansels ek noch frij jong, miskien sels wol ien fan de jongste kosters.’’
Hendrikje voelt zich zeer verbonden met de kerk, de gemeente, het bijzondere plekje op de terp in Foudgum. Voor haar gevoel kan ze niet meer weggaan. ,,Ik poets de tsjerke mei like folle leafde as myn hûs. Moatst it as dyn hobby sjen. Wurkje foar de tsjerke is myn hobby.’’
Maar het geloof, dat komt voor de kosteres toch wel op de eerste plaats. ,,It leauwen, dat is myn alles. It moaiste fan it kosterjen is om dêr sa út en troch mei minsken oer te praten. Der komt nochris by dat wy in hartstikke leave gemeente hawwe. Ik hâld echt fan alle minsken.’’