Hoe verging het F. Haverschmidt na Foudgum

In 1862 verhuist hij naar Den Helder. In Den Helder stonden de kerk en de pastorie aan de Weststraat. In 1863, op 6 augustus, trouwt hij met Jacoba Osti. Het huwelijk werd te Utrecht voltrokken. Ze krijgen drie kinderen. Het was echter geen gelukkig huwelijk.

Het levendige Den Helder verloste hem niet van wat hij zijn tobberij noemde, het kerkelijk leven nog minder. Eenmaal werd ze zo accuut, dat ze zelfs een zo weifelende natuur als HaverSchmidt tot handelen bracht. Hierover vertelt Dr. Johannes Dysenrinck, zijn latere biograaf en één van zijn collega's:

Zaterdagmiddag deden wij, HaverSchmidt, Bron en ik, gewoonlijk een wandeling naar het dorp Huisduinen met zijn vuurtoren en zijn prachtige strand. Onze arbeid voor de volgende morgen of avond gaf niet zelden stof onzer samnspreking. Onze Foudgumer vriend gevoelde zich aanvankelijk wel bezwaard onder de hoge eisen die hij zich tegenover zijn meer beschaafd gehoor voor zijn prediking stelde - hij schatte eigen krachten zo gering - maar weinig konden vermoeden dat hij na zijn intrede op Kertmis 1862 reeds voor Pinksteren 1863, door zwaarmoeidigheid gedruk, aan de Kerkeraad zijn eervol ontslag zou vragen. Deze brief kwam in handen van Bron, die scriba, die na lezing, de neerslachtige vriend bezocht en op besliste toon hem verzekerde zijn verzoek niet in de vergadering te willen brengen. 'Gij moet de namiddagbeurt op eerste Pinksterdag vervullen. Daaraan is niets meer te veranderen.' De brief werd verscheurd. HaverSchmidt liet zich leiden als een kind. Zijn hervomde ambtsgenoot Bron en ik zaten die middag onder zijn gehoor en waren bij de wetenschap van het gebeurde diep onder de indruk van zijn voortreffelijke toespraak over Handelingen II: 2: 'En er geschiedde haastiglijk uit de hemel een geluid als van een gweldig gedreven wind en vervulde het gehele huis waar ze zaten.' Gelukkig voor HaverSchmidt toekomst is deze zaak geheim gebleven.

Na Den Helder verhuizen ze in 1864 naar Schiedam, waar hij tot zijn dood predikant zal zijn. Toen hij het beroep op Schiedam aannam, moeten ook financiële overwegingen gegolden hebben. Misschien hebben ze zelfs de doorslag gegeven, want hij kon daar het dubbele verdienen (Den Helder f. 1500,00 per jaar). Ze wonen in de pastorie op de Langen Haven 134b. In Schiedam is men in eerste instantie zeer tevreden over de nieuwe dominee. Haverschmidt zelf denk met weemoed terug aan zijn studententijd, nog extra, doordat hij optreed met zijn gedichten. Hij wordt echter steeds zwaarmoediger. Op den duur klagen de parochianen dat ze zo somber worden van zijn preken.

In 1885 zegt hij tijdens een preek: 'Hij, de worgengel, verstaat geen schets, wie hem spelend de hand reikt, die laat hij niet meer los, die sleept hem mee tegen wil en dank om in het eind hem neer te storten in een eigenwillig gedolven graf.'

Van 17 juni tot 29 juli 1870 hield Francois Haverschmidt met zijn gezin een vakantie in hotel Beekhuizen bij Velp. Hier hield hij een klein dagboekje op rijm bij. Dit dagboekje is teruggevonden en in 1998 uitgegeven. In 1999 nogmaals, met aantekeningen van John Jansen van Galen, die de plekken opzocht die Haverschmidt beschreef.

In 1891 overlijdt zijn vrouw. Francois wordt steeds somberder en zwaarmoediger. In 1893 zocht hij in de zomermaanden rust in de bossen van Laag Soeren. Zijn depressies werden erger. Op 19-01-1894 pleegde hij zelfmoord. Hij hing zich op in zijn slaapkamer, waar hij, in doodsangst, met zijn schoenen het houten beschot van de bedstede bekraste. Het graf van Haverschmidt bevindt zich op de nieuwe begraafplaats aan de Laan van Spieringshoek.